Kansen

Toekomstvisie Vijverbroek

Inrichtingsvoorstel verbindingszone

Toekomstvisie Vijverbroek

  Toekomstvisie: een verbindingszone tussen Vijverbroek, Koningssteen en Kollegreend

Sinds de opstart van het begrazingsbeheer in 1998 is er steeds naar gestreefd om de drie natuurreservaten Koningssteen, Vijverbroek en Kollegreend met elkaar te verbinden. Dit streven werd meermaals bepleit in diverse publicaties. Op het terrein is zo'n corridor gemakkelijk te realiseren. Deze natuurgebieden liggen immers op een boogscheut van elkaar, in dezelfde Maasuiterwaard. Kleinere natuurgebieden, die zoals in het geval van het Vijverbroek soms zeer belangrijke natuurwaarden hebben, kunnen moeilijker weerstand bieden tegen externe druk waardoor soorten zich niet kunnen ontwikkelen en zelfs kunnen uitsterven. Het streven te komen tot grote aaneengesloten natuurgebieden is trouwens een van de prioriteiten die in het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen worden gesteld, een prioriteit die ook aan bod komt in zowel het Ruimtelijk structuurplan van de provincie Limburg als in het Ruimtelijk structuurplan van de gemeente Kinrooi.

Bij de totstandkoming van het grinddecreet leek de realisatie van deze verbinding op korte termijn gerealiseerd te kunnen worden. Na de aanpassing van het decreet kunnen ook voor Kessenich nog projecten worden voorgedragen, maar wij hebben er alle vertrouwen in dat de nu toch algemeen aanvaarde waarden van het Vijverbroek dit gebied voor ontgrinding kunnen behoeden en streven naar de uitbouw van onze natuurgebieden, ons hierin o.a. gesteund wetend door het beleid van de provincie Limburg. Zo sloot gedeputeerde Frank Smeets een samenwerkingsovereenkomst met de drie regionale landschappen. "Opnieuw is het de bedoeling dat de provincie coordineert en aanstuurt en dat de Regionale Landschappen samen met andere terreinpartners de uitwerking op het terrein voor hun rekening nemen", aldus Frank Smeets.

Beleidsvisies

In het Structuurplan Limburg wordt beklemtoond dat de Maas en haar vallei sterk bepalend zijn voor het beeld van de provincie. Het gebied waar de Maasvallei zich met waterplassen verbreedt ten noorden van Maaseik wordt als natuurlijke baken beschouwd. De steilrand en de bosgordel begrenzen het Maasland. Ruimte voor het herstel van het natuurlijk karakter van de beekvalleien, voor buffering en waterbeheer, en het behoud en herstel van het fijnmazig netwerk van bossen en lineaire landschapselementen zijn belangrijk. Stramprooierbroek is geselecteerd als "zeer groot aaneengesloten natuurcomplex", het Vijverbroek (en omgeving) is een "groot aaneengesloten gebied met natuur als hoofd- of nevenfunctie". De structurerende beekvalleien moeten hersteld worden in hun natuurlijk karakter en zijn uit te spelen als natte natuurverbindingsgebieden. De provincie ziet in de Maasvallei een nieuw gaaf landschap ontstaan, met name in de uiterwaarden en groeven; de open vallei wordt via open ruimte verbindingen gekoppeld aan de gave landschappen van de bos- en heidegordel. De Maas, oude Maasarmen en beken zijn structurerende hydrografische elementen op provinciaal niveau. Ook het Ontwerp milieubeleidsplan van Provincie Limburg benadrukt het belang van de uitbouw van een netwerk van natuurgebieden en natuurverbindingen en onderstreept het belang van veengebieden in de strijd tegen de CO2.

De Globale Structuurvisie Maasland, door het Grindherstructureringscomité opgesteld, (27.06.1996) omschrijft de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen voor het grindplassengebied: Koningssteen, Vijverbroek en Kollegreend zijn harde natuurgebieden. Delen van het Vijverbroek en de Kleizone zijn opgenomen in de natuurverbindingszones. Landbouw houdt hier rekening met bijkomende milieuaspecten (mest) en landschapselementen en is hier ondergeschikt aan de natuuraspecten.
De omgeving is geselecteerd als wandelgebied, streefbeeld is een traditioneel cultuurlandschap of kleinschalig heggenlandschap of open weilandschap in liet winterbed van de Maas.

In het Gemeentelijk natuurontwikkelingsplan (1995) wordt terecht gewezen op de grote ecologische waarde van de alluviale vlakte en de kenmerkende steilrand, het 'Talud van Geistingen'. Voor de grindrijke riviervallei wordt liet Vijverbroek als prioritaire kern aangeduid. Aandacht is te besteden aan het behoud en herstel van uiterwaarden en landschapselementen, evenals de aanleg van corridors naar andere natuurgebieden. Voor de waterrijke vlakte (Vlakte van Bocholt) werd Stramprooierbroek (verbindingszone via Zig en Goort) als prioritaire kern aangeduid.

Verder worden in het Gemeentelijk ruimtelijk structuurplan het Stramprooierbroek en Vijverbroek opnieuw aangeduid als twee relicten van gave landschappen. Het zijn biologisch zeer waardevolle gebieden. Tevens worden ze beide omschreven als ankerplaatsen, daarnaast is het Vijverbroek ook geklasseerd als landschap, vandaar dat de gemeente stelt dat deze gebieden verbonden moeten worden om "een structuurmatige eenheid te gaan vormen niet het Vijverbroek en Koningsteen / Grote Hegge in Thorn"
Volgende knelpunten zijn van belang bij de natuurlijke structuur: zwakke verbindingen tussen natuurgebieden, onvoldoende buffering tussen agrarisch gebied en natuurgebied, ontbreken van structuurkenmerken in beekvalleien, het recreatief medegebruik, toenemende schaalvergroting in de landbouw, verdroging van sommige gebieden, toenemende bemestingsdruk, ontbreken van beheer, gebrekkig ecologisch functioneren van de Maas door ruimtegebrek, gestandaardiseerd ruimen van beken, achteruitgang van de structuurkenmerken van beken door rechttrekken en verdiepen, evolutie naar grootschaligheid met verlies van houtwallen, heggen en bomenrijen, omzet van moerassen, struwelen en broekbossen naar populierenteelt.
 
Bron: www.natuurpunt.be/kinrooi  jaarverslag 2009